Jaarrekening 2019

menu

Risico's

Beleid
In het beleidskader 2018-2021 is bepaald dat de weerstandsratio minimaal 1,1 is.

Inventarisatie
Voor de geïnventariseerde risico's in de jaarrekening 2019 bepalen we een risicoscore. De risicoscore is de kans dat het risico zich voordoet, vermenigvuldigd met het geldgevolg.

De 10 grootste risico’s zijn:

  • wijzigingen in de Algemene uitkering uit het gemeentefonds;
  • Haansberg-Oost, mogelijke vertraging in de ontwikkeling;
  • open einde regelingen Participatiewet, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Jeugdwet.
    Er is een reëel risico dat de uitgaven voor Wmo meer dan evenredig stijgen door vergrijzing, extramuralisering, tariefstijgingen en de aanzuigende werking van het abonnementstarief. Risico’s zijn ook hoog voor jeugdzorg door de stijging van de doelgroep jongeren en de complexiteit van de vraagstukken;
  • ict risico's: we werken met een verouderde ICT infrastructuur. Het risico dat zich problemen voordoen neemt hierdoor toe. Zodra ICT West-Brabant-West de nieuwe infrastructuur installeert daalt dit risico;
  • crisismanagement: kosten door een calamiteit voor rekening van de gemeente;
  • Vosdonk-Noord. De exploitatie van dit gebied loopt door de aankoop van het Fri-Jado terrein door tot 2026. Voor de ontwikkelingen op het gebied van lonen, prijzen, rente en afzetmogelijkheden levert dit risico’s op;
  • calamiteiten informatiebeveiliging, de risico’s van informatiebeveiliging/privacybescherming door bijvoorbeeld hacking, phishing of ongeautoriseerd gebruik van onze systemen;
  • Participatiewet / herstructurering WVS. Door bezuinigingen op de rijkssubsidie voor de sociale werkvoorziening staat de exploitatie van WVS-groep sterk onder druk;
  • moeilijk vervulbare vacatures waardoor we moeten inhuren (met extra kosten als gevolg) of werkzaamheden blijven noodgedwongen liggen;
  • onvoldoende beschikbaarheid van banen voor de doelgroep met afstand tot de arbeidsmarkt. Als het aantal garantiebanen voor werkzoekenden met een arbeidsbeperking achter blijft bij de landelijke taakstelling, blijven de personen uit de doelgroep (langer) afhankelijk van een bijstandsuitkering.